Skip to main content

Wie ben je, wanneer niemand kijkt?

| Franklin | Blog
Moed zit in je hart

Lang heb ik moed gezien als iets dat nauw verbonden was met dapperheid. Het hoorde bij handelen onder druk, bij doorgaan wanneer spanning voelbaar is en bij vooruit blijven bewegen terwijl twijfel zich aandient. In mijn beleving was moed iets dat zichtbaar werd op beslissende momenten, in situaties waarin er iets van je gevraagd werd dat groter was dan comfort of zekerheid. Dat beeld werd versterkt door woorden die diep in onze militaire traditie verankerd zijn: Moed, Beleid en Trouw. Het voelde vanzelfsprekend om moed te plaatsen in het domein van daadkracht en durven.

In de loop der jaren begon dat beeld te verschuiven. Niet door studie of reflectie alleen, maar door ervaringen waarin de omstandigheden stiller waren. Er was geen publiek, geen ceremonie, geen helder kader dat richting gaf. Wat overbleef, was een innerlijke vraag. Een vraag die niet draaide om handelen, maar om trouw blijven aan wat zich vanbinnen al had aangediend. Juist daar kreeg moed een diepere lading.

De oorsprong van moed

Wanneer je het begrip moed terugbrengt naar taal, ontstaat er ruimte voor nuance. Het Engelse courage vindt zijn oorsprong in het Franse le cœur: het hart. Die herkomst geeft richting aan de betekenis. Moed blijkt geworteld te zijn in het vermogen om te luisteren naar wat zich innerlijk laat voelen, en om dat serieus te nemen. Het gaat over afstemmen op wat voor jou klopt, voorbij rollen, verwachtingen en aangeleerde patronen.

Vanuit dat perspectief wordt moed een innerlijke beweging. Het begint bij aandacht, bij het herkennen van een overtuiging, een waarde of een gevoel dat richting wil geven. Vervolgens vraagt het om bereidheid om daar ook zichtbaar in te zijn. Dat kan stilte zijn, maar ook spreken. Dat kan betekenen dat je blijft staan, of dat je een stap naar voren zet. In alle gevallen vraagt het om trouw aan jezelf.

Moed en dapperheid

Dapperheid speelt daarin een eigen rol. Het helpt om spanning te dragen, om weerstand te doorstaan en om onzekerheid niet leidend te laten zijn. Toch ontstaat moed niet in het moment van actie, maar in het voorafgaande besluit om te luisteren naar wat vanbinnen al helder is. Wanneer die innerlijke helderheid er is, krijgt dapperheid betekenis als ondersteunende kracht. Het helpt om vorm te geven aan wat al besloten ligt in het hart.

Die volgorde maakt verschil. Het geeft rust. Het zorgt ervoor dat handelen voortkomt uit overtuiging, in plaats van uit impuls of verwachting. Dat verschil wordt door anderen feilloos aangevoeld.

Verbinding en leiderschap

Wie vanuit die innerlijke helderheid spreekt, merkt dat gesprekken veranderen. Er ontstaat een andere toon, een andere kwaliteit van contact. Mensen voelen waar woorden vandaan komen. Ze herkennen de echtheid, ook wanneer zij het niet overal mee eens zijn. Dat maakt verbinding zuiverder en samenwerking natuurlijker.

Mensen bewegen makkelijker mee met iemand die durft te benoemen waar hij of zij voor staat. Uitspraken als ik geloof hierin of dit is wat mij drijft maken zichtbaar wat anders verborgen blijft. Ze geven context aan keuzes en richting aan gedrag. In die openheid ontstaat vertrouwen, en vertrouwen blijkt een krachtig fundament om samen door complexiteit heen te bewegen.

Het morele kompas

Een moreel kompas werkt op een vergelijkbare manier. Het is geen vaststaand schema, maar een innerlijke richting die gevormd wordt door waarden, ervaringen en overtuigingen. Moed laat zich zien in de bereidheid om dat kompas serieus te nemen, ook wanneer de omgeving andere signalen afgeeft. Dat vraagt om vertraging, om luisteren en om het toelaten van twijfel, zonder de richting los te laten.

Leiderschap krijgt vanuit die houding een andere vorm. Het draait minder om overtuigen en meer om uitnodigen. Minder om controle, meer om betekenis. Wanneer handelen voortkomt uit innerlijke samenhang, wordt het herkenbaar voor anderen. Juist daardoor ontstaat beweging.

Wanneer niemand kijkt

Misschien openbaart moed zich het duidelijkst op momenten waarop niemand meekijkt. In de stilte, zonder bevestiging of correctie, wordt zichtbaar wie je bent en waar je voor staat. Daar krijgt het morele kompas vorm. Daar worden keuzes gemaakt die later richting geven, ook wanneer de omstandigheden veranderen.

Wie die momenten serieus neemt, ontwikkelt een vorm van leiderschap die niet afhankelijk is van positie of context. Het is leiderschap dat geworteld is in het hart, en dat voelbaar blijft, ook wanneer woorden ontbreken.

Tot slot

In mijn lezingen en keynotes werk ik met deze thema’s: moed, het morele kompas en leiderschap dat ontstaat vanuit innerlijke overtuiging. Niet als abstracte begrippen, maar als ervaringen die richting geven aan gedrag en samenwerking binnen teams en organisaties.

Dit thema komt ook terug in mijn boek RAUW, voor wie hier verder op wil reflecteren.